zaterdag 13 juni 2015

Een vijftiende augustus in Parijs, het relaas van een depressie

Het zal je maar treffen. Je relatie strandt, je vader sterft en voordat je het weet bevind je je in de diepste uitzichtloosheid, dieper dan je je ooit had kunnen voorstellen. Het trof de Franse schrijfster Céline Curiol in 2009 en ze schreef er een wonderschoon relaas over, Un quinze août à Paris, Histoire d’une dépression.


Ze is eigenlijk romanschrijfster, de bescheiden, sympatieke Française, haar boek Voix sans issue werd door Paul Auster bejubeld, in het Nederlands verschenen eerder Verlof, Adempauze en Parijse stemmen, zonder dat ze veel aandacht kregen.



Un quinze août à Paris is wel een persoonlijk relaas, maar geen roman. Curiol koos ervoor het drama dat haar trof van alle kanten te bekijken en neemt haar toevlucht tot romanschrijvers, filosofen en allerhande wetenschappers, psychologen en psychiaters die, net als zijzelf, de depressie aan den lijve hebben ondervonden, dan wel grondig hebben bestudeerd. William Styron, Adolf Meyer, Marguerite Duras, Charles Baudelaire, Rainer Maria Rilke, Freud, Russell Banks, Julia Kristeva, Jean Claude Ameisen en tientallen anderen passeren de revue. Allemaal hebben ze zich over het fenomeen gebogen, allemaal hebben ze een manier gevonden om het te verwoorden, uit te lichten.
Door deze aanpak weet Curiol iedere sentimentaliteit te voorkomen, terwijl haar verhaal je blijft boeien omdat het toch persoonlijk blijft. Hoe moet ze het noemen, die staat waarin ze terecht is gekomen? Waarom voelt ze zich zo intens eenzaam en is ze tegelijkertijd onstuitbaar aan het woord? Hoe heeft het zover kunnen komen dat ze gewoon niet meer verder wil leven? Waarom stopt de dialoog tussen haar lichaam en haar geest? En vooral: waar is haar verbeelding gebleven, haar creativiteit die haar haar leven lang begeleidt?
What is an emotion? citeert ze de Brit William James, hoe zit het nu als we ineens een beer voor ons zien opduiken? Zien we die beer, worden we bang en rennen we dan weg of zien we die beer, rennen we weg en worden we dan pas bang? Hoe het precies zit, hoe onze hersenen, ons lichaam en onze geest op elkaar reageren, is vooralsnog ook voor hedendaagse wetenschappers nog een vraag. Maar en passant heeft Céline Curiol haar eigen antwoord geformuleerd – open, gedegen en ongelofelijk boeiend.


Céline Curiol, Un quinze août à Paris, Histoire d’une dépression. Actes Sud, 219 blz, € 20

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen